Bruiloft

Bruiloft

De controverse van Achterberg. Een gedicht, Bruiloft, dat haaks staat op de ontwikkelingen in het leven van deze dichter. Wordt het eens tijd om de gebeurtenissen nader te belichten of blijven we vasthouden aan de poëtische erfenis van deze dichter?

Bruiloft

Gerrit Achterberg

Bruiloft

Dit is een bruiloftl allen bij elkaar.
Het ouderhuis zit vol nieuwe gezichten,
die tussen de van ouds bekende oplichten
als vreemde rozen in een rozelaar.

Een ogenblik verpozen bij ‘t altaar
de bruidegom en bruid om Gods gerichten
over te nemen, bijbel, ring en plichten
en dan is dit gedeelte kant en klaar.

Nu gaat de dans beginnen. Wijn en zang
stromen elkaar voorbij in milde kelen.
Vreugde verdiept zich tot egaal geluk.

Familie durt een mensenleven lang.
Door deze avond trekt het grote telen
waaraan wij zijn  te danken, stuk voor stuk.

Gerrit Achterberg
Gerrit Achterberg in 1938. Foto afkomstig uit het Letterkundig Museum

Controverse

 

15 december 1937. Een dramatische gebeurtenis voltrekt zich aan de Utrechtse Boomstraat. Gerrit Achterberg, werkzaam als landbouwcrisisambtenaar, brengt zijn hospita Roel van Es om het leven en verwond haar dochter Bep (zestien), nadat hij haar geprobeerd heeft te verkrachten. Hiermee komt een einde aan een periode van ongekende woede, van deze dichter. Het resulteert in een veroordeling en een terbeschikkingstelling. Tot aan 1943 verblijft Achterberg in verschillende psychiatrische inrichtingen. In 1955 wordt de terbeschikkingstelling opgeheven.

Ondertussen wordt het beeld van de dichter, veelal ingegeven door drank, door vrienden en familieleden stilgehouden. Pas veel later blijkt dat Achterberg een persoon was die je liever niet naast je zou willen laten wonen.

Dit alles maakt de gedichten van Achterberg tot een controverse. Het gedicht Bruiloft, geschreven voor Mies Bouhuys, staat haaks op de ontwikkelingen in het leven van Achteberg.

Hoewel de gebeurtenissen zoals die zich in 1937 ontvouwden subtiel weggewerkt zijn in het gedicht Zestien, gaat het hier nog steeds om een gedicht van een toen 32-jarige Achterberg, die blijkbaar erg veel voelde voor iemand die misschien wel zijn dochter zou kunnen zijn, oordelend op basis van haar leeftijd. Dat hij daarna de stap zette om zich uiteindelijk te vergrijpen aan haar, is ongekend. Toch is het niet dit gedicht waarmee we Achterberg ons (willen) herinneren. Nee, het zijn gedichten zoals Bruiloft of Ichthyologie, die in ons geheugen zitten.

Waarom zou je dan schrijven over iemand die een daad zo verschrikkelijk pleegde als dat Achterberg deed? Daden eigenlijk, want naast een verkrachting was hij ook verantwoordelijk voor het neerschieten van Van Es. Dit heeft vooral te maken met de manier waarop er na deze gebeurtenissen vooral de best werd gedaan om alles te bedekken met de mantel der liefde. Het is alsof je begrip zou moeten opbrengen voor de dader. Dat wij kiezen voor dit gedicht, om dit gedicht te publiceren, is geen instemming met deze mantel. Sterker nog, in plaats van een biografie die we zouden kunnen schrijven over het leven van Achterberg, kiezen we ervoor om de controverse nader te belichten. Iets dat lange tijd niet is gedaan. Zelfs op de Wikipedia pagina van Achterberg wordt slechts een korte impressie gegeven van de periode tussen 1937 en 1955. Gebeurtenissen zoals deze schreeuwen erom om nader belicht te worden en hoe kan dit beter dan schijnbare contrasten naast elkaar te zetten.

Zoals Godert van Colmjon dit in 2002 omschreef:

Rond het drama in de Boomstraat in Utrecht kan ook anno 2002 – veertig jaar na de dood van de dichter – nog een schimmenspel worden opgevoerd, omdat het ons ontbreekt aan levende getuigen en tastbare bewijzen. Waarom dan niet alsnog een poging gewaagd het meisje bij ons terug te brengen voordat een zelfgenoegzame literaire kring haar definitief heeft gereduceerd tot willekeurig thema van een poëtisch verlangen? Per slot van rekening cirkelen de parasitaire dichtregels van Achterberg nog steeds om echte slachtoffers heen, van wie hij er een doodschoot en een ander, nog in de volle dynamiek van haar ontluiken, eenvoudig liet ophouden te bestaan. Als we tenminste afgaan op wat de biografie van Wim Hazeu en al die andere geschriften en memoranda over de gebeurtenis in Utrecht ter sprake brengen. Maar vooral: niet ter sprake brengen.

Moeten we ons niet afvragen of het tijd wordt dat we de poetische erfenis die een dichter ons heeft nagelaten niet boven dergelijke zaken preferen? Moeten we nog langer doorgaan met het opnemen van dit gedicht in bloemlezingen van de Nederlandse poëzie? Of doen we dit met een hele grote kanttekening? Een kanttekening, een zwarte bladzijde en dit niet vergoeilijken door de onrustige geest van de dichter centraal te stellen? Voer voor gedachten en zeker voor zij die alweer bezig zijn met het samenstellen van dergelijke bloemlezingen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

×
Contact us using Whatsapp.
%d bloggers like this: