Negentiende eeuwse poëzie: Gij staat zoo heel, heel stil

Gij staat zoo heel, heel stil

We slaan bladzijde 35 open van de poëziebundel Verzen van de negentiende eeuwse dichter Herman Gorter en zien: Gij staat zoo heel, heel stil. Negentiende eeuwse poëzie in optima forma.

Over het gedicht

Voordat we beginnen aan het gedicht, is een inleiding gewenst. Herman Gorter is vooral bekend om zijn iconische gedicht Mei, met de schitterende openingszin “Een nieuwe lente en een nieuw geluid..” Jawel, ook dit gedicht is een hoogstandje van de negentiende eeuwse Nederlandse poëzie. Gorter gaat in dit gedicht, Gij staat zoo heel, heel stil, in op zijn liefde.

De liefde kan ons stil krijgen. Woorden zijn dan lastig te vinden, alleen woorden die in schril contrast staan van hoe schoonheid wordt beleefd. Dat is de essentie van het gedicht.

Gij staat zoo heel, heel stil
Gij staat zoo heel, heel stil

Gij staat zoo heel, heel stil
met uwe handen, ik wil
u zeggen een zoo lief wat,
maar ‘k weet niet wat.

Uw schoudertjes zijn zoo mooi,
om u is lichtgedooi,
warm, warm, warm – stil omhangen
van warmte, ik doe verlangen.

Uw oogen zijn zoo blauw
als klaar water – ik wou
dat ik eens even u kon zijn,
maar ‘t kan niet, ik blijf van mijn.

En ik weet niet wat ‘t is wat
ik u zeggen wil- ‘t was toch wat.

— Herman Gorter

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

%d bloggers like this: