The song of the morning light (AANPASSEN)

It’s time for another translation of a Dutch poem. This time the translation of the poem Het lied van het morgenlicht is turned into The song of the morning light. The poem was written by the Dutch poet Hans Andreus.
In January we covered the poem For tomorrow. In the part about who Hans Andreus was, you could read that the name was a pseudonym for Johan Wilhelm van der Zant. A lot of writers and poets use pseudonyms. They are often referred as pen names. In some cases people do this to write more freely or in other cases you can compare this to musical artists, who use different names to state a message.
Andreus wrote many poems, so there is a good chance that some of his work will be featured more. If you want us to feature your work as a poet, then submit your work.

About the poem

Even though I have edited, I left some parts untouched as it comes to punctuation marks. The original text uses a lot of metaphors and no commas. Yes, an interesting poem!

The song of the morning light

The song of the morning light
By Hans Andreus
I greet the morning light, but if it would greet itself
the feet of people passing by are better to be greeted
we must they say, in spite of the morning light
I nod and tell them to hang on, the morning light makes one happy
They nod back, but won’t believe me and pass me by
The morning light now occupies itself with the things
the fresh washed trams, the rails, the wires above
the handlebars of the bicycles and the window frames
Things can believe in the morning light
The water in the canal without clothes, becomes
as holy as St. Sebastian
And also the cart, the man beside, the herring on the cart
They call in unison and without causing sensation
the morning light closer and I myself greet
the morning light, but will it allow me to greet
We must say this is the morning light
we must say light is our face
we must say the light is once closed.


Het lied van het morgenlicht

Ik groet het morgenlicht maar of het zich laat groeten
de voeten der voorbijgangers laten zich beter groeten
wij moeten zeggen zij ondanks het morgenlicht
ik knik ze toe houd moed zeg ik het licht maakt je toch blij
ze knikken terug maar ze geloven niet ze gaan voorbij.
Het morgenlicht houdt zich nu bezig met de dingen
de pasgewassen trams de rails het draad erboven
de fietssturen de ramen en de raamkozijnen
de dingen kunnen in het morgenlicht geloven
het water van een gracht wordt zonder kleren aan
zo heilig als de heilige sebastiaan.
En ook de kar de man ernaast de haring op de kar
zij roepen eensgezind en zonder dat zij opzien baren
het morgenlicht nabij en ook ikzelf ik groet
het morgenlicht maar of het zich laat groeten
wij moeten zeggen wij dit is het morgenlicht
wij moeten zeggen wij het licht is ons gezicht
wij moeten zeggen wij het licht gaat eenmaal dicht.

Free Promotion

Subscribe to the newsletters

Subscribing to the newsletters of The Ministry of Poetic Affairs is always free. You can ubsubscribe at any moment.