Winterliedjes
Het gedicht "Winterliedjes" is geschreven door de Nederlandse dichteres Marie Metz-Koning.

Het gedicht “Winterliedjes” is geschreven door de Nederlandse dichteres Marie Metz-Koning.

Over Marie Metz-Koning

Winterliedjes is een van de gedichten uit de literaire erfenis van Marie Metz-Koning (1868-1926). Deze dichteres laat ons vele mooie gedichten na, maar wordt niet vaak genoeg belicht – vinden wij.

In alle opzichten een creatieve geest, die een opleiding volgde aan de Koninkijke Muziekschool in Rottedam en Amsterdam. Vanwege een huwelijk met H.W. Marx, besluit ze te stoppen met haar studie. Een gelukkig huwelijk blijkt het allerminst te zijn, want na tien jaar wordt het in 1899 ontbonden. Er volgt een nieuwe liefde: J.C. Metz – eveneens arts, net zoals haar eerste man.

Rond de periode dat haar eerste huwelijk wordt ontbonden, begint ze met het schrijven van poëzie. De eerste gedichten verschijnen in het tijdschrift Nederland. Het duurt tot aan 1902 voordat haar eerste boek verschijnt. Het is een roman met de titel Gabriëlle. 

De dichteres en schrijfster overlijdt op 58 jarige leeftijd.

Winterliedjes deel I

Winterliedjes

I.

Ik denk aan den zomer die heen is gegaan;
Aan de dagen vol bloeiend groen;
En zie de boomen alleenig staan,
En hoor door de takken de winden gaan
En vraag, wat de winter zal doen….?

De zon is stil, als een eenzaam licht,
Dat achter de wolken staat.
De bloemen deden hun oogen dicht.
De velden zijn als een oud gezicht
Waarover de dood al gaat.

De menschen komen gebukt en grauw
Langs donkeren horizon.
Nu dringt ze in de hutten de najaarskou,
En hun handen zijn stil en hun oogen zijn flauw
Om den dooden tijd die begon.

En ze hokken bijeen om een huivrend vuur,
En ze warmen hun handen er aan.
En ze tellen de dagen zoo uur na uur,
En het blijft in hun harten zoo dor en guur,
Om den zomer die heen is gegaan.

II.

Dit zijn de dagen van weemoed, lief!
Ze dauwt, dauwt òp me, van allen kant.
Als een zwijgende macht ligt ze neer op ‘t land,
En de dagen zijn donker van ‘t weenen, lief!

O, geef me je hand, en kom dicht aan mijn oor,
En fluister me dingen van vreugde voor:
Ik ben zoo verlaten, lief!
Mijn hoofd is zoo stil, en er gaat geen gedacht’
En de dag is zoo grijs, en zoo zwart is de nacht,
En ik kan niet meer haten, lief!

En mijn liefde is een stille, bleeke pit,
Die niet licht en niet warmt, en te smeulen zit
In de mist van mijn weemoêd, lief!
En ik weet niet wat vroeger me weenen deed,
En lachen en loven en krimpen in leed,
Mijn leven lijkt henen, lief!

O, laat van jouw oogen ‘t nooit doovende vuur
Nu schijnen en troosten zoo uur na uur,
Als eenigste vreugde, lief!
En zeg me vertelsels die niet bestaan,
Van dingen die mooi zijn en nooit vergaan,
Van eeuwige vreugde, lief!

Dit zijn de dagen van weemoed, lief!
Ze dauwt, dauwt op me van allen kant.
Als een zwijgende macht ligt ze neer op ‘t land,
En de dagen zijn donker van ‘t weenen, lief!

III.

Nu drijven we door wolken,
Door wolken dik en goor.
De boomen steken als dolken
Hun zwarte takken er door.

Er druppen, druppen droppen,
Ze druppen met doffen val
Van gevels en uit toppen,
Onzichtbaar van overal.

Ik kan het niet vinden buiten
En minder nog binnenin.
De nevel hangt voor mijn ruiten
En huivert mijn kamer in.

Hij glijdt met zijn schimme-handen
Door mijn angstig-wakende hoofd;
En als even gedachte’ er branden,
Dan heeft hij ze vlug gedoofd.

IV.

Nu smeult het leven;
Het weer is dood;
De wind versteven;
De lucht als lood.

De maan verdwenen;
De zon geroofd;
De sterren henen,
En de aard gedoofd.

Verkoold de boomen;
Verschrompt het gras;
Gestremd de stroomen;
De grond van asch.

Nu lijkt begeerlijk
Geen enkel ding;
Alleen leeft heerlijk
Herinnering.

Met vlammetongen
Van wak’rend vuur,
Komt ze aangezongen
In ‘t schemeruur.

Ons toegebogen
In gansche rust,
Zijn we ooge’ in oogen
En lust bij lust.

V.

Het weer was al lang zoo hard geweest;
Zoo onverbiddelijk koud.
Het verarmde mijn hoofd, het vergramde mijn geest,
En het leven leek me zoo oud.

En de aarde was lang al zoo stil en vaal,
En de kleuren waren zoo dor.
En de wegen zoo leeg, en de weiën zoo kaal
En mijn hart was vol gemor.

Daar fladderden plots uit de doode lucht,
Langs de takken, zwart en grauw,
Wat vlindertjes-wit…. en een fluistergerucht
Vloog langs de aarde of ze leven zou.

En de boomen staken hun armen uit
Naar de vlindertjes wit en teer.
En die vielen er in, en die raakten er uit,
En er kwamen er àl maar meer!

En ze lieten niet af, een dag en nacht,
En ze dekten de dorheid toe.
Nu is alles zoo wit en zoo wollig en zacht,
Dat ik niets dan lachen doe.

VI.

Mijn morgentuin! wat wondre’ tooi ontploos
Uw waze’ wand langs! Diamant-bezet
Een tooi van roze’ ontstove’ ‘n bruidsbouquet
Van wie de stilte kozen voor altoos.

De witte twijgen rijgen roos aan roos
Rondom van witte roze’ ‘t dooden-bed.
De sneeuwe’ struiken buige’ als in gebed
Gestorven nonnen, wit en woordeloos.

O, dóód-tuin, mijn dóód-bloementuin, zoo broos
En bleek en blank en van geen kleur besmet,
Zoo stil gestold, dat ook de teerste tred,
Het liefst geluid is vrede-roovend boos:
Schoon nooit mijn ziel zich ‘t wufte schoon verkoos
Van déze reinheid is ze stil-ontzet!

VII.

Dit is een avond als uit ouden tijd:
Week is de wind om boomen in de lucht;
‘t Huis is vol huivring en vol vreemd gerucht,
En zacht is vlam-licht in den haard verspreid.

Wij samen dènken anders; maar er glijdt
Ons om één angst…. We letten elk gerucht:
Een vogel, vreemd, die langs de ramen vlucht,
Getik, gekrak, een stem die ver verglijdt….

Nu is voor àlles ope’ ons hoofd; en wijd
Voor alles ope’ ons hart…. ‘t Is àl geducht
En toch bekend wat in de stilte leit;
En ‘t leven, dat me een klank werd en een klucht,
Wordt nu op eenmaal weerlooze eeuwigheid.

— Marie Metz-Koning

Juweel

We kunnen er eigenlijk best kort over zijn. Een schitterend gedicht, in zeven delen. Wat kunnen we er nog aan toevoegen, aan dit juweel?

Title
Winterliedjes
Article Name
Winterliedjes
Summary
Een gedicht geschreven door Marie Metz-Koning.
Author
Publisher Name
The Ministry of Poetic Affairs
Publisher Logo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.

%d bloggers like this: